top of page

Bokbier - Vroeg, vroeger, te vroeg?

bierbuitengewoon
28 okt
7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 6 uur geleden

Het seizoen van het donkerkleurige bokbier
Het seizoen van het donkerkleurige bokbier

De bladeren vallen, de wind waait, de regen drupt en de bok is los. Een bier dat onlosmakelijk verbonden is met de herfst. Velen kijken eind augustus reikhalzend uit naar de start van het bokbierseizoen. Maar wat is bokbier voor bierstijl, waar komt het vandaan en hoe zou het (volgens sommigen) moeten smaken?

De afgelopen jaren zien we een trend van het steeds vroeger openen van het bokbierseizoen. Net als de pepernoten liggen de eerste bokbieren begin september in de winkel (en in een enkel geval zelfs al in augustus). Commercieel is dit vanuit de brouwerijen gezien erg prettig, het is een seizoensbier dat goed verkoopt, in een periode waarin de afzet in de horeca relatief tegenvalt. Maar historisch is het absoluut niet! In Nederland werd bokbier lange tijd eind december, of soms zelfs in januari uitgebracht. Voor het ontstaan van bokbier moeten we echter niet naar Nederland maar naar Duitsland kijken.


Einbecker

Er gaan veel verhalen de rondte over het ontstaan van bockbier, regelmatig gepaard met het dier. Hoe het bier exact ontstaan is is niet met volledige zekerheid te zeggen, maar er is wel een bekende theorie die erg veel hout snijdt. Bockbier zou afgestamd zijn van bier uit de Duitse stad Einbecker. Einbecker was in de middeleeuwen een befaamde brouwstad, die bekend stond om de kwalitatief goede bieren. Bieren uit Einbecker werden geëxporteerd tot in Rome, Jeruzalem en Scandinavië. Het was een lichtkleurig, voor die tijd relatief zwaar bier dat gebrouwen werd tussen november en mei. De Duitse arts en botanicus Tabernaemontanus beschreef Einbecker bier als: 'dun, subtiel, helder en doordringend, het is van smaak bitterachtig met een zachte scherpheid op de tong, en lest de dorst goed'. Het was dus geen zoet, donker bier zoals we dat tegenwoordig in Nederland kennen. Dit Einbekcer bier werd door de hertog van Beieren naar München gehaald, waar het in het lokale dialect via 'einbeckisch bier' verbasterde naar 'einpöckisch bier', wat uiteindelijk 'ein bockbier' werd. Deze taalkundige evolutie wordt gezien als het ontstaan van het bokbier.


De huidige einbecker Mai-bock. Dit bier heeft weinig te maken met het autentieke bokbier, maar het is een mooi symbool van de bokbierhistorie!
De huidige einbecker Mai-bock. Dit bier heeft weinig te maken met het autentieke bokbier, maar het is een mooi symbool van de bokbierhistorie!


Na een heftige brand in 1540, waarbij een groot deel van Einbeck in vlammen op ging, en de afbraak van de Hanze, waar Einbeck deel van was, nam de productie af. Omdat het bier in München populair was liet de toenmalige hertog Willem V in 1589 een eigen brouwerij bouwen. In het begin van de 17e eeuw kwam daar ook het bekende Einbecker uit de ketels, om de teruggang van de brouwcapaciteit in Einbeck op te vangen. In 1614 kwam brouwmeester Elias Pichler met de 'Münchener Einbecker'.

Ainbock

Een eeuw later, in 1729 schrijft de geleerde Johann Georg Keyssler over zijn bezoek aan München onder andere: ' In München brouwt men elk voorjaar, en tot begin juni, een dubbel wit bier, Ainbock genoemd, dat zeer sterk is, en de smaak evenaart van het Engelse ale, hetgeen echter een grotere houdbaarheid heeft'. Hierin zien we een volgende verbastering van de Einbecker, en ook een eerste verandering in de smaak. Wel was het dus ook toen nog een licht bier. Ruim dertig jaar later werd in een brouwverordening het onderscheid gemaakt tussen 'twee hoofdgeslachten onder de namen wit of bruin bier'. In dat document werden onder witbier de weizen, gerstebier en Weissbier genoemd, en onder bruin bier 'alleen het gewone bruine bier en de zogenoemde Ainbock'. Ergens tussen 1729 en 1761 is het recept dus aangepast en kreeg ons bockbier zijn eerste donkerdere kleur!


In de eerste helft van de 19e eeuw wordt het bockbier door weinig brouwerijen gemaakt, met name door de hoge kosten. Wel beschrijft econoom en brouwer Friedrich Meyer in 1839 het bockbier als moutrijk, bruin, sterk en duur. Het bier was toen ondergistend en werd in de maand mei uitgebracht. Bock was toen een sterk lagerbier met flink meer mout dan in het verleden. Het was minder bitter dan andere lagerbieren en werd gezien als zacht en aromatisch.


De naam veranderde langzaam ook van Ainbock naar bock. Het enige wat over is gebleven van de Ainbock is het traditionele meifeest, het Maibockanstich. Tijdens het Maibockantisch wordt in München het eerste vat meibock aangeslagen, een traditie die is ontstaan in de tijd van de Ainbock. Vanaf 1840 begint het aantal brouwers dat het inmiddels bock hetende bier brouwt, te groeien. Maar hoe komt dat bier dan in Nederland terecht?


Introductie in Nederland In Amsterdam werd op 11 april 1843 in het Handelsblad door ene Camphuynder een Münchener specialiteit aangekondigd. Dit is de eerste vermelding van het Duitse bockbier in Nederland. Op 11 februari 1853 kwam er een vervolg aan deze ontwikkeling doordat de Groningse brouwer W. Alingh Bulthuis een nieuwe bayerische brouwerij begon. Hij brouwde de typische bayerische bierstijlen, zoals bock, lager en tafelbieren. Een jaar later bracht hij in november een bockbier uit, wat bijzonder is omdat er destijds nog geen koeltechnieken waren waarmee het bier in de zomertijd kon worden vergist op lage temperaturen.

Na deze eerste oplaaiing wordt van brouwerij de Struisvogel uit Groningen weinig meer gehoord. In de periode die volgt worden er enkele horeca gelegenheden geopend met namen als 'Zur Bockhalle' en de 'Martens Bock-Halle' die erop duiden dat er ook toen veel Duits bockbier werd geïmporteerd in Nederland. Pas in maart 1867 word er weer een Nederlandse bok gebrouwen, ditmaal door brouwerij De Star uit Duiven. De eerste, voor veel Nederlanders bekende naam vinden we terug in 1872, toen Amstel zijn eerste bokbier uitbracht. Een bokbier dat vandaag de dag nog door velen wordt gezien als een van de beste Nederlandse bokbieren. Heineken volgde in 1874. In die tijd werd het bier in Nederland zonder ck geschreven en werd het dus bokbier. Opvallend is dat dat Nederlandse bokbier in die tijd vaak tussen januari en april uit kwam, eerder dus dan de Duitse bockbieren.

Amstel, een van de oudste Nederlandse bokbieren
Amstel, een van de oudste Nederlandse bokbieren

In Nederland werd bokbier bekend als winterbier. Rond 1880-1900 wordt het bier stevast in december, januari en februari uitgebracht. Het bokbier was in die tijd ongeveer net zo zoet als nu, maar een stuk lager in alcohol, rond de 3,5 tot 4,5%.


Pils

In de periode die volgen veranderd de biermarkt in Nederland. Nederland 'verpilscht', en ook bokbier moet eraan geloven. In 1923 werd er 30.700 hectoliter bokbier gebrouwen in Nederland, in 1925 slechts 19.900 hectoliter. Om de teloorgang van bokbier te stoppen werd een vast bokbiermoment in het leven geroepen door de Bond van Nederlandsche Brouwerijen. Bokbier zou op de tweede donderdag van december uitkomen. Begin de jaren 30 zijn er echter alweer brouwerijen die daar vanaf wijken!


Het alcoholpercentage van de bok was inmiddels doorontwikkeld naar 4,5% alcohol, maar de populariteit van dit duurdere bier slonk verder. Na de economische crisis in 1929 zakte de productie tot 8600 hectoliter in 1934. Om het bokbier uit de vergetelheid te trekken werd er eind jaren 30 ingezet op feestelijke en ludieke openingen van het bokbierseizoen. In de jaren ervoor hadden brouwerijen zelf al kleine acties gedaan om hun bokbier aan te kondigen, vanaf 1938 wordt dat een stuk breder en serieuzer gedaan. In de optocht van brouwerij Brand loopt in 1938 de 'mooiste bok van Limburg' mee. In Amsterdam werkten Amstel, Heineken en De Gekroonde Valk samen aan een optocht met bokken, versierde wagens, muziekkorpsen en brouwersknechten. Meibier en de 2e wereldoorlog Doordat het bokbier weinig populariteit meer had besloten een aantal brouwers in 1939 met een meibier te komen. Het idee was dat bepaalde vaste tradities in roerige tijden 'een sfeer van regelmaat en vertrouwen' konden bieden. Een licht bier, dat zal herinneren aan het bokbier maar minder zoet is en een beetje doet denken aan de pilsner. Helaas was 1939 ook het begin van een periode waarin de wereld zich bezig hield met andere dingen dan bier, en dus ging ook dit meibier weer snel verloren. In de oorlog werd het verboden om de granen te gebruiken voor het luxe bokbier. Het bier dat wel gebrouwen mocht worden werd steeds dunner en milder van smaak.


Na de oorlog werd er nog vooral dunbier gebrouwen. In de wederopbouw had bier niet de hoogste prioriteit. In 1948 kregen de brouwers toestemming om weer bokbier te produceren. In Venray was er al in 1946 een bokbier geproduceerd voor het carnaval. In december 1948 waren er overal in Nederland weer bokken verkrijgbaar.


Dat bokbier werd echter maar weinig gedronken. Geschat wordt dat er rond de jaren 60 voor 98% pils wordt gedronken in Nederland. Enkele afstammelingen van Duitse bieren, de Van Vollenhove Stout en een tripel uit Berkel-Enschot vormden de uitzonderingen. Bok bestond nog, maar werd amper gedronken. In 1961 was vastgelegd dat er minimaal 30% karamelmout in bok zou moeten zitten en het alcoholpercentage 6.5% moest zijn. Er werd vaak losse karamel aan toegevoegd om het bier extra kleur te geven en de kwaliteit is waarschijnlijk niet fantastisch geweest, zoetig, maar weinig smaakvol.


De heropstanding van het bokbier in Nederland en daarmee ook van een bredere biercultuur ontstaat op 28 en 29 november 1980. Op dat moment vond het eerste officiële Bokbierfestival plaats in Artis. In de jaren daarvoor waren al wat kleinere bokbierfeesten geweest in enkele cafés in Amsterdam. De eerste editie had tussen de twaalf en veertien bokbieren te proeven, van dertien verschillende brouwerijen. De kwaliteit was wisselend, maar het bokbier was terug! In hetzelfde jaar brouwden de monniken van de trappistenabdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven opnieuw hun tripel, en het bierlandschap in Nederland begon weer te groeien.


In de jaren die volgen groeit de variëteit van bieren in het Nederlandse bierlandschap. Het bokbier is inmiddels niet meer weg te denken uit de Nederlandse biergeschiedenis en enkele brouwers brouwen ook (weer) een lentebok. Met de IPA revolutie in Amerika en daarna in Europa zien we steeds meer historische bierstijlen terugkeren op het toneel. Daarin mogen we in Nederland trots zijn op ons bokbier, dat vaak bijna verdween, maar altijd bleef bestaan. Sinds 2020 zien we dat ook steeds meer kleine brouwers een bokbier op de markt brengen. Smaakvolle, verfijnde bieren waar we de herfst en winter goed mee doorkomen. En wanneer ze in de slijterij mogen liggen? Daar zullen de meningen over blijven verschillen!





 
 
bottom of page